Homepage

Inleiding Rode Draad ‘Over de grens’

Beste lezers,

Wanneer men, bijvoorbeeld als rechtenstudent, bezig is met het nationale recht, dringt zich zo nu en dan – althans, als het goed is – de vraag op hoe bepaalde juridische themata geregeld zouden zijn in andere landen. Hoe ziet bijvoorbeeld het staatsrecht in Vaticaanstad (dat immers ook een soevereine staat is) eruit? Is er, tot op zekere hoogte, wellicht sprake van een rechtsstaat met een trias politica? Hoe groot is de macht van de paus, en wat is de rol van het canonieke recht? En wat te denken van bescherming van intellectuele eigendomsrechten in het communistische, maar door economische groei voor het buitenland steeds aantrekkelijker wordende China? Zou het kastenstelsel in India nog een een rol spelen in het privaatrecht? Is de invloed van het westers recht op bepaalde voormalige kolonieën, zoals Indonesië en Zuid-Afrika nog merkbaar? Welke rol speelt het traditionele (religieuze) recht in zulke landen, en hoe werkt dat samen met het nieuwere, westerse recht?

Dergelijke vragen spruiten voort uit een gezonde juridische nieuwsgierigheid. Wanneer men, als rechtenstudent, begrip begint te krijgen van zijn of haar ‘eigen’ rechtsstelsel, is het leuk om te zien hoe diametraal anders bepaalde leerstukken vorm krijgen in buitenlandse jurisdicties.

De redactie wil in de vaste rubriek ‘Rode Draad’ – waarin telkens een periode lang bijdragen rond een centraal thema verschijnen – het komende jaar gehoor geven aan deze nieuwsgierigheid naar buitenlands recht. Diverse landen zullen telkens in een bijdrage over uiteenlopende onderwerpen onder de loep worden genomen, waarbij dergelijke vragen zoals hierboven kort aangehaald, centraal zullen staan. Landen als Japan, Rusland, Vaticaanstad, India, Indonesië, Schotland, Zuid-Afrika en andere zullen de revue passeren. En daarmee zal ook geraakt worden aan fundamentele onderscheidingen in de rechtsstelsels van de wereld, zoals common en civil law alsmede op religie gebaseerde rechtsstelsels.

De bijdragen streven niet naar een vergelijking met het Nederlands recht; rechtsvergelijking zou een te omvangrijke en complexe opdracht zijn. Wij hebben er – in samenwerking met professor Storme van de KU Leuven, aan wie de redactie ontzettend veel dank verschuldigd is – voor gekozen om vooral landen en thema’s te belichten die curieus of verrassend zijn, en waarmee men doorgaans in de rechtenstudie niet snel in aanmerking zal komen. Wij hopen dan ook dat Rode Draad interessante en lezenswaardige bijdragen zal opleveren.

Maar vooraleerst heeft de redactie de hoop dat deze bijdragen zullen aanzetten tot nadere bestudering en reflectie, zowel op het eigen recht als het recht in het algemeen. Duidelijk zal worden dat aan dezelfde onderliggende principes op uiteenlopende wijze vorm gegeven kan worden, en dat historische ontwikkelingen en sociale contexten daarbij een doorslaggevende rol spelen. Kennisname van verschillende rechtsstelsels helpt ons die onderliggende principes op te sporen en daarmee te reflecteren op de positivering ervan in ons eigen recht, maar ook op het recht als geheel in al zijn verschijningsvormen wereldwijd. Het logo dat voor deze Rode Draad is gekozen, moge derhalve tevens als motto dienen: het is niet Atlas, maar Vrouwe Justitia – de personificatie van het recht als principe, in al zijn facetten – die de gehele wereld op haar schouders draagt.

Namens de Commissie Rode Draad en de redactie van Ars Aequi,

Allard Ringnalda, Tomasz Kodrzycki, Hendrik van der Zwan, Jeroen Boot, Brigitte Betlehem

Verder lezen en nog geen abonnee?
Neem nu een abonnement op Ars Aequi en ontvang het eerste nummer volgende week al thuis.


Reageren op dit artikel

>> Terug naar de nieuwsbrief