De voorzieningenrechter bestuursrecht

    • Deze uitgave is leverbaar als:

    Soort uitgave: 

    ISBN: 9789492766069

    1e druk 2017

    Verschijningsdatum: 18-10-2017

    Pagina's: 176

    De voorzieningenrechter bestuursrecht

    Omschrijving

    Dit cahier bespreekt op systematische wijze vrijwel alle belangrijke aspecten van de voorlopige voorziening met vermelding van (veel) jurisprudentie. Deze monografie bevat veel praktische informatie en is geschreven voor een breed publiek: zij die in het bestuursrecht werkzaam zijn, bestuursrecht studeren of anderszins daarin geïnteresseerd zijn.

    Wat is het belang van de voorlopige voorziening in het bestuursrecht?

    Het maken van bezwaar of het instellen van beroep brengt in het algemeen niet met zich dat de werking van het bestreden besluit wordt opgeschort in afwachting van de uitkomst in die procedures. De verkrijger van een vergunning kan, ook als een derde daartegen bezwaar maakt, toch direct aan de slag. Bij een besluit tot terugvordering van een uitkering kan het bestuursorgaan, ondanks het bezwaarschrift van betrokkene, gaan terugvorderen.

    Het ontbreken van opschortende werking kan tot nadelige gevolgen leiden. Zo kan vorenstaande vergunninghouder de hem vergunde activiteiten voltooid hebben als de bestuursrechter tot het oordeel komt dat die vergunning ten onrechte is verstrekt. Blijkt achteraf de bovengenoemde terugvordering van de uitkering onrechtmatig, dan kan betrokkene inmiddels in flinke financiële problemen zitten. Met het aanwenden van rechtsmiddelen is hij dan niet zo veel opgeschoten.

    In dit soort gevallen kan de procedure van de voorlopige voorziening uitkomst bieden. Hangende bezwaar of beroep kan betrokkene namelijk de voorzieningenrechter bestuursrecht verzoeken ter voorkoming van nadeel een voorlopige voorziening te treffen voor de duur van de procedure. Honoreert de voorzieningenrechter dat verzoek, dan luidt zijn uitspraak voorlopige voorziening in de genoemde voorbeelden dat hij de vergunning of het besluit tot terugvordering van de uitkering schorst totdat in de bodemprocedure is beslist. Bij die schorsing gaat het om een voorlopige maatregel hangende de bodemprocedure en om het voorlopig oordeel (een inschatting) van de voorzieningenrechter over de uitkomst in die bodemprocedure.

    Inhoudsopgave

    Beknopte rondleiding

    1. Partijen hebben haast
    1.1  Inleiding
    1.2  Versnelde behandeling
    1.3 De voorlopige voorziening
    1.3.1  Hoofdregel: bezwaar en beroep hebben geen schorsende werking
    1.3.2  De uitzonderingen op de hoofdregel
    1.3.3  Een andere variant van opschorting

    2.  De bevoegde voorzieningenrechter
    2.1  Inleiding
    2.2  De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd
    2.3 Wie is bevoegd bij een hernieuwd besluit op bezwaar hangende hoger beroep
    2.4 De bevoegdheid van de bestuursrechter bij een verzoek om schadevergoeding

    3. De positie van de voorzieningenrechter
    3.1  Inleiding
    3.2  Kan de voorzieningenrechter terugkeren in zijn zaak als bodemrechter?
    3.3  Verhouding voorzieningenrechter/bodemrechter

    4. Termijn indienen verzoek
    4.1  Inleiding
    4.2  Herhaald verzoek
    4.3  Geen voorlopige voorziening vragen met betrekking tot een bestreden besluit kan nadelig uitpakken bij de beoordeling van een besluit dat op dat eerdere besluit voortborduurt

    5. Ontvankelijkheid
    5.1  Inleiding
    5.2  De ontvankelijkheid van het verzoek
    5.2.1  Griffierecht
    5.2.2  Connexiteit
    5.2.3  Afschrift bezwaar- of beroepschrift
    5.2.4  Gronden verzoek
    5.3  Ontvankelijkheid in de bodemzaak

    6. Uitspraak zonder zitting
    6.1  Inleiding
    6.2  Toepassing artikel 8:83, derde lid, van de Awb
    6.3  Artikel 8:83, vierde lid, van de Awb

    7.  De zitting
    7.1  Inleiding
    7.2  Partijen bij de zitting
    7.3  Aanpak ter zitting

    8. Oordeelsvorming voorzieningenrechter
    8.1  Inleiding
    8.2  Spoedeisendheid
    8.3  Voorlopig rechtmatigheidsoordeel
    8.4  De afweging van belangen
    8.4.1  Uitsluitend een belangenafweging
    8.4.2  Financiële belangen
    8.5  Artikel 8:69a van de Awb in het kader van het voorlopig oordeel
    8.5.1  Inleiding
    8.5.2  Artikel 8:69a van de Awb en het voorlopig oordeel in de bezwaarfase
    8.5.3  Artikel 8:69a van de Awb en het voorlopig oordeel in de fase van beroep of van het appel

    9.  Uitspraak
    9.1  Inleiding
    9.2  Schriftelijke uitspraak
    9.3  Mondelinge uitspraak
    9.4  Dicta
    9.4.1  Inleiding
    9.4.2  Partijen telefonisch informeren over de inhoud van het dictum
    9.4.3  Het dictum toewijzen hangende bezwaar met een bepaalde termijn
    9.5  Vergoeding proceskosten en griffierecht
    9.5.1  Proceskosten
    9.5.2  Griffierecht
    9.6  Opleggen dwangsom
    9.7  Appelverbod
    9.8  Herziening

    10. Aard van de voorziening
    10.1  Inleiding
    10.2  Het voorlopige in de voorlopige voorziening
    10.3  Voorziening mag geen definitief karakter hebben

    11. Duur voorlopige voorziening
    11.1  Inleiding
    11.2  Er is geen termijn genoemd
    11.3  Wijzigen of opheffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:87 van de Awb)
    11.3.1  Inleiding
    11.3.2  Toepassing artikel 8:87 van de Awb in de jurisprudentie
    11.4  Voorziening in kader bodemuitspraak (artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb)
    11.5  Tussenuitspraak (bestuurlijke lus) met voorlopige voorziening

    12. Kortsluiten (artikel 8:86 van de Awb)
    12.1  Inleiding
    12.2  Voorzieningenrechter rechtbank en artikel 8:86 van de Awb
    12.3  Voorzieningenrechter appelinstantie en artikel 8:86 van de Awb
    12.3.1  Beoordeling uitspraken voorzieningenrechter rechtbank
    12.3.2  Voorzieningenrechter appelcollege geeft zelf toepassing aan artikel 8:86 van de Awb

    13. Voorzieningenrechter appelinstanties
    13.1  Inleiding
    13.2  Eiser in appel vraagt voorlopige voorziening
    13.3 Bestuursorgaan in appel vraagt voorlopige voorziening
    13.3.1  Belangenafweging
    13.3.2  Voorlopig oordeel aangevallen uitspraak
    13.3.3 Zijn er complicaties als het bestuursorgaan opnieuw op de bezwaren beslist?
    13.3.4  Geen complicaties dan geldt de hoofdregel dat bij een vernietiging van het bestreden besluit door de rechtbank het bestuursorgaan opnieuw beslist





     

    Recensies

    Deze uitgave heeft nog geen recensie

    Schrijf een recensie